Uittreksels - Esoterie. 

 

Johannes de Ingewijde - Jezus van Nazareth - Het evangelie van de Heilige Twaalven - Boodschappen uit de Hemel - Het Aquarius Evangelie -

 

 

Johannes de Ingewijde Ė Esoterisch Bijbellezen

Hans Stolp

 

 Johannes de ingewijde<br>



Hans Stolp
Johannes de ingewijde
Hans Stolp

 

 

Ten geleide

 

 

Al jarenlang lťťf ik met Johannes. Al jarenlang is hij voor mij als een vertrouwde vriend. Het begon bij mijn eerste bezoek aan Patmos, het Griekse eiland voor de kust van Turkije. Daar, op dat eiland, ligt op de top van de berg een klooster, gewijd aan Johannes. Het klooster wil de herinnering levend houden aan wat Johannes daar, aan het einde van de eerste eeuw (na Christus) mocht ervaren: die stroom van visioenen, die later, op schrift gesteld en gebundeld, als het laat­ste boek van het Nieuwe Testament, de Openbaring van Johannes, in de Bijbel werd opgenomen.

 

In het klooster is - natuurlijk - een kerk. In het voorportaal van de kerk hangt een icoon van Johannes. Tegenover de icoon staat een bank. Omdat de afbeelding mij trof, ging ik op de bank zitten om te kijken naar de icoon. Op de een of andere manier was dat gezicht mij zo vertrouwd: die diepe ernst, die tegelijkertijd doortrokken was van een stille vreugde. Die ogen, die zo veel gezien ťn begrepen hadden. De lijnen in dat gezicht, die alleen maar leken te onderstrepen wat aan wťten op dat gezicht lag uitgedrukt. Als vanzelf begon ik in stilte tegen hem te praten, met een openheid zoals ik dat - zeker in die tijd - tegen niemand anders zou doen. En het vreemde was, dat mij dat helemaal niet verbaasde: het leek alleen maar vanzelfsprekend. Zoals het ook vanzelfsprekend leek, dat ik antwoord kreeg. Die antwoor­den: zo genezend, verwarmend en verwarrend. Genezend omdat uit die antwoorden bleek dat Johannes mij beter kende en begreep dan wie ook maar. Dat hij begreep waarom ik leefde, sprak en deed zoals ik deed - hij begreep het zelfs beter dan dat ik het zelf begreep. Ver­warmend omdat hij met een volkomen begrip reageerde. Verwarrend omdat ik een aantal van zijn korte opmerkingen pas zoveel later kon begrijpen.

 

Nog vaak ben ik teruggekeerd en maakte ik de tocht naar Patmos:

per vliegtuig naar Athene, dan met de rugzak naar Piraeus, de haven van Athene. Daar nam ik de boot naar Patmos: veertien uur varen. Meestal kwam ik middenin de nacht op het eiland aan. Maar altijd stonden er bij aankomst wel eilandbewoners mij op te wachten om mij naar een kamer te brengen, die zij aan gasten verhuurden. Tegenwoordig is Patmos opgenomen in de gidsen van de reisorgani­saties en kun je comfortabel, want tot in de details georganiseerd door de reisorganisatie, ernaartoe reizen. Dat heeft ook nadelen: het toerisme is in de loop van een aantal jaren verveelvoudigd en dat heeft de oorspronkelijke sfeer van Patmos wel aangetast. Dat is jam­mer, want de bijzondere sfeer van Patmos is uiterst kwetsbaar. In de grondwet van Griekenland staat dat Patmos een heilig eiland is. Dat was ook altijd voelbaar: de stilte op Patmos is een heel eigen stilte, veelzeggend, rijk en sprekend. Een stilte waarin je nog altijd iets voelen kunt van die kosmische energie die het eiland een spirituele dimensie verleent en die het mogelijk maakte dat Johannes juist daar die zo indrukwekkende visioenen kon ervaren en optekenen. Of is het omgekeerd en kreeg Patmos die spirituele dimensie juist door datgene wat Johannes er mocht ervaren? Helaas wordt die bijzondere stilte steeds minder voelbaar en valt deze steeds minder te beluiste­ren (stilte kan immers spreken) nu het aantal hotels in snel tempo groeit en de stroom toeristen niet meer te stuiten is. Daarmee wordt Patmos meer en meer een 'gewoon' vakantie-eiland en kun je er minder dan vroeger het gesprek met Johannes en met zijn geest, die nog altijd zo voelbaar op Patmos leeft, aangaan.

 

Sinds die eerste ontmoeting met Johannes op Patmos voelde ik mij op de een of andere manier heel intens met hem verbonden. Geen wonder dat ik als vanzelf op zoek ging naar de mens die hij eens ge­weest moet zijn en dat ik mij verdiepte in de geschriften die hij ons heeft nagelaten: het Evangelie van Johannes, de Openbaring van Jo­hannes en de drie Brieven van Johannes. Meer en meer werd ik mij bewust van zijn betekenis juist voor onze tijd: alsof wij pas in onze tijd in staat zijn de diepte van zijn woorden te verstaan. Alsof wij pas nu in staat zijn iets aan te voelen van die geest van volstrekt univer­sele liefde die in hem en in zijn geschriften tot leven komt. In Johannes is de geest van het nieuwe, spirituele christendom belichaamd, dat in onze tijd door allerlei verwarring, afbraak en chaos heen gebo­ren wordt.

 

Er zijn mensen die hun tijd ver vooruit zijn en wier impuls pas veel later dan de tijd waarin zij leefden in de mensen werkzaam wordt. Johannes was zo'n mens.

Om de geschriften van Johannes te kunnen verstaan is wel kennis nodig van de spirituele, gnostische en mysterietraditie uit vroegere eeuwen. Want Johannes bouwt in zijn leven en in zijn werk voort op de geheime traditie van zijn tijd: hij neemt die als uitgangspunt van zijn werk. Wanneer wij zonder die kennis zijn geschriften lezen, dan blijft de ťigenlijke boodschap van Johannes ons verborgen, dan blij­ven wij ziende blind en horende doof. Maar als je oog krijgt voor de geheime mysterietraditie van die tijd, die zowel in het persoonlijke leven van Johannes als in zijn geschriften zo'n grote rol speelt, dan begint de eigenlijke boodschap van Johannes op te lichten als een flonkerende edelsteen.

 

In dit boek probeer ik dan ook de boodschap van Johannes te verhel­deren vanuit die eeuwenoude mysterietraditie, die helaas in kerkge­schiedenis en theologie volkomen verloren gegaan is en daarin dan ook geen enkele aandacht krijgt.

 

 

 

 

Jezus van Nazareth Ė Esoterisch Bijbellezen

Hans Stolp

 

Jezus van Nazareth<br>



Hans Stolp
Jezus van Nazareth
Hans Stolp

Christus

 

 

Wie of wat is nu die hoge Christusgeest die in Jezus verwekt wordt, waarmee hij vervuld wordt? De mooiste en meest indrukwekkende be­schrijving daarvan geeft Paulus in zijn eigen, compacte taal:

 

Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de heme­len en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tro­nen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle din­gen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is vůůr alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem.

 

Ook deze tekst is een meditatietekst: het geheim van deze paar woorden laat zich pas een beetje ontsluiten wanneer je er met alle eerbied van je hart bij stilstaat. Wanneer je er een leerstellige tekst van maakt ga je aan het eigenlijke geheim voorbij. Stellig heeft Paulus het ook niet leerstel­lig bedoeld (wel zijn latere uitleggers), maar heeft hij deze woorden uit de volheid van zijn hart geschreven, dat diep geraakt was door het Christusgeheim. Bovendien is het zo, dat we in deze tekst raken aan de grootste geheimen van heel de kosmos, die eigenlijk te groot zijn voor een mensenverstand om te vatten. Al onze woorden over dit geheim zul­len dus eigenlijk alleen maar aanduidingen zijn, verwijzingen naar iets wat ons begrijpen verre te boven gaat. Als ik dan toch iets over deze tekst schrijf, bedoel ik niet te zeggen dat daarmee het laatste woord over het geheim van Christus gezegd is, of dat alle vragen daarmee opgelost zijn. Ik bedoel slechts die verheldering, waardoor deze tekst innerlijk in ons kan gaan leven.

 

Allereerst zegt Paulus dat God, het Eeuwig Zijn, onkenbaar is. Onzicht­baar, dus onbereikbaar voor onze ogen, ook voor onze geestelijke ogen. Onbereikbaar voor ons denken, want het Eeuwig Zijn gaat ons denken vťrre te boven. God is geen mens zoals wij, en als Jezus dat Eeuwig Zijn 'Vader' noemt, dan is dat niet om dat Eeuwig Zijn als een persoon te kenschetsen, maar om het vertrouwen te schetsen, dat dat woord 'Va­der' in ons kan oproepen, een vertrouwen dat wij ook in het Eeuwig Zijn mogen hebben. Hoe zouden wij ook God tot een persoon kunnen reduceren? Hoe zouden wij het durven Hem of Haar tot onze kleine menselijke proporties terug te brengen? Dat dit niet kan, duidt Paulus in alle eenvoud aan met die paar woorden: 'de Onzichtbare God'. Alweer: een woord 'voor wie oren heeft om te horen' .

 

Terzijde: met deze woorden sluit Paulus aan bij de gnostische traditie. In Het Geheime Boek van Johannes wordt van God gezegd:

 

(Hij is) de Onmetelijke, omdat geen ander die voor Hem bestond, Hem gemeten heeft; de Onzichtbare, omdat niemand Hem gezien heeft; de Eeuwige, die altijd is; de Onuitsprekelijke, omdat niemand in staat is geweest Hem in woorden uit te drukken; de Onbenoembare, omdat er niemand was om Hem een naam te geven ...

 

Voor de gnostici is (de eigenlijke, hoogste) God per definitie voor ons onkenbaar; we kunnen Hem niet vatten, noch (be )grijpen. Paulus sluit dus met zijn korte notitie bij deze visie aan.

 

Dan zegt Paulus, dat als allereerste uit de Bron van alle Leven, het Eeuwig Zijn, Christus geboren werd, dat Hij als eerste uitstroomde uit de Bron van alle Leven, voordat de kosmos tot aanzijn geroepen was. Daarom wordt Christus de Eerstgeborene genoemd. En vervolgens was het Christus, die in de Naam en de Kracht van het Eeuwig Zijn de zichtbare en de onzichtbare werelden schiep, de hemel en de aarde, zoals Paulus zegt.

 

Van alles wat Christus geschapen heeft, noemt Paulus de tronen, de machten, de heerschappijen en de overheden bij name. Deze termen zijn even zovele aanduidingen van engelen(categorieŽn). Christus heeft dus niet alleen de aarde en de mensen geschapen, maar ook de engelen. Daarom zegt Paulus nog eens nadrukkelijk: alle dingen zijn door Hem en tot (of voor) Hem geschapen. Daarom 'is Hij vůůr alles en danken alle dingen hun bestaan aan Hem'.

 

Paulus ziet Christus dus als de allerhoogste goddelijke geest, geboren uit het Eeuwig Zijn. En het is dťze geest, Christus, die vanaf het allereerste begin betrokken was bij de schepping van de mens en de gang van de mens door de materie. Christus is dus de Scheppergod. Dat Hij, Christus, het was die vanaf dat eerste begin met ons mensen meeging op onze weg door de materie, maakt Paulus ook in een enkel voorbeeld duidelijk. In de eerste Corinthebrief haalt hij de herinnering op aan de tocht van het volk IsraŽl, lang geleden, vanuit Egypte door de woestijn naar Kanašn. Tijdens die tocht had het volk voortdurend te lijden onder een gebrek aan water. Eens was het zo erg, dat het volk van dorst dreigde om te komen. Toen sloeg Mozes, op bevel van een goddelijke stem, met zijn staf op een rots, en zie: uit de rots stroomde het water te voorschijn. Aan die gebeurtenis herinnert Paulus met de volgende opmerking:

 

want zij dronken uit een geestelijke rots, welke met hen meeging, en die rots was de Christus.

 

Klip en klaar staat het daar: de stille kracht op de achtergrond, die de leidende kracht was bij al de lotgevallen van het volk IsraŽl, was Christus. Hij, Christus, komt dus niet maar als een duveltje uit het doosje te voorschijn aan het begin van het Nieuwe Testament, bij de geboorte van Jezus, nee, Hij was altijd al werkzaam ŠŠn en ten behoeve vŠn de mens. Nu noemt Jezus de Christusdrager zichzelf (en we weten dat dan de Christus in hem aan het woord is) in het Johannes-evangelie zevenmaal: 'Ik Ben.' (Later kom ik hierop terug.) Wie dat goed tot zich laat doordringen, beseft dat deze zelfde benaming voor Christus al veel eerder in de bijbel gebruikt werd: bij de roeping van Mozes. Het boek Exodus vertelt daarover, dat Mozes op een gegeven moment met de schapen van zijn schoonvader Jethro rondzwierf door de woestijn. Toen, plotseling, zag hij een braamstruik die in brand leek te staan. In werkelijkheid zag hij de verdichting van kosmische energie, die de manifestatie van een geestelijk wezen mogelijk maakte. Die energie bewoog en kronkelde als vlammen, die uit de braamstruik opvlamden. Vanuit die braamstruik klonk een stem, die Mozes de opdracht van zijn leven gaf en hem zijn levenstaak onthulde. Tijdens het gesprek tussen Mozes en deze stem, vroeg Mozes op een gegeven moment naar de naam van het geestelijk wezen, dat hem vanuit die braamstruik toesprak en hem zijn opdracht gaf. Toen gaf de stem als zijn naam:

 

Ik ben, die Ik ben. En Hij zei: Aldus zult gij tot de IsraŽlieten zeggen: Ik ben heeft mij tot u gezonden.

 

Een mooiere vertaling voor die naam is: Ik ben: Ik Ben. We weten nu, vanuit die benaming die Jezus de Christusdrager zichzelf in het Johannes-evangelie gaf, dat met deze naam Christus bedoeld wordt. Met andere woorden: degene die Mozes roept om het volk IsraŽl uit Egypte te leiden is niemand anders dan Christus.

 

Ook in het allereerste begin van de bijbel is op een verhulde wijze sprake van Christus. Het Oude Testament begint met de woorden:

 

In den beginne schiep God de hemel en de aarde.

 

Nu staat er in de Hebreeuwse grondtekst niet: Gůd schiep de hemel en de aarde, maar: goden schiep(en) de hemel en de aarde. Er staat dus een meervoudsvorm: Elohim (goden). Nu zijn de bijbel vertalers ervan uitgegaan, dat dit gelezen moet worden als een pluralis majestatis. Zo in de trant van: Wij, Beatrix, koningin der Nederlanden. Ook die meervoudsvorm 'wij' is een pluralis majestatis.

 

Esoterische stromingen zeggen echter iets anders. Die goden waarvan in deze beginregel van de bijbel sprake is, zijn in wezen zeven engelen, en wel de machten (een van de engelencategorieŽn), zegt bijvoorbeeld Rudolf Steiner. Maar boven die zeven engelenmachten staat een andere, hogere kracht, die door deze zeven machten heen werkt: Christus. Hij immers is het, die de hemel en de aarde geschapen heeft. En hij doet dat door de engelenmachten, die hem dienstbaar en gehoorzaam zijn, heen. DŠŠrom staat er in het begin van de bijbel dat goden de hemel en de aarde schiepen.

 

Deze Christus wordt, zoals ik al eerder vertelde, door de schrijver van het Johannes-evangelie ook wel de Logos of het Woord genoemd. Met die benaming sluit Johannes aan bij de Logos-mysteriŽn. Deze hadden hun centrum in Efeze. Bij die mysteriŽn waren, zoals ik al eerder vertelde, de inwijdingen erop gericht om met de Logos verbonden te worden. Met andere woorden: met de komst van het christendom ontstaat er niet iets volledig nieuws, maar wordt aangesloten bij oude tradities. Deze benaming voor de Christus, Logos, tref je overigens, in navolging van de mysteriŽn en van Johannes, ook bij vele gnostische schrijvers aan.

 

Christus is dus de hoogste van alle geschapen wezens, hij is de Heer der engelen, en hij is het, die de weg van de mens over de aarde begeleidt. achter heel de evolutie van de mens rijst die hoge lichtgestalte van Christus op.

 

Dťze Christus nu daalde vanuit de geestelijke wereld af naar de aarde om zich te verbinden met de mens Jezus van Nazareth. En als ik zeg daalde af naar de aarde' dan spreek ik beeldend. De geestelijke wereld kent immers tijd noch ruimte. Daarom is er in wezen ook geen sprake van afdalen of opstijgen. Maar omdat we geestelijke gebeurtenissen in onze aardse dimensies proberen te 'begrijpen', kunnen we niet anders dan in de beeldende, ruimtelijke taal van de aarde spreken. Dat is op zich best, als we maar niet denken dat we, letterlijk gezien, dat grote geheim nu ook in onze mensentaal hebben vastgelegd.

 

De nederdaling van de Christus naar de aarde is een weg van een voortgaand offer. Immers, bij elke afdaling naar een lagere sfeer moet Christus iets van zijn alomvattende majesteit afleggen om die lagere sfeer binnen te kunnen gaan. Natuurlijk kan hij die sfeer ook met al zijn majesteit binnengaan, maar dan kan hij er niet mee samenvallen, zich er niet geheel en al mee verbinden. En juist omdat hij straks die lage sfeer van de aarde wil binnengaan om zich met een aards mens te verbinden, moet hij gaandeweg zijn majesteit afleggen. Daarom is elke afdaling naar een lagere sfeer een offer.

 

Hij daalt af om zich te verbinden met de mens Jezus van Nazareth, om gedragen en bevat te worden door een enkel mens. Dat is eigenlijk iets onvoorstelbaars: dat hoge goddelijke wezen, dat zich laat belichamen door een mens. Om er iets van na te voelen, wat dat betekent, zou je aan het volgende beeld kunnen denken: de oceaan die wordt samengeperst in een lucifersdoosje. Dat is een beeld dat recht doet aan dat grote gebeuren, dat Christus zich verbindt met een mens en in die mens geboren wordt.

 

En zo gebeurde het, bij de doop in de Jordaan, dat de Christus de mens Jezus van Nazareth overschaduwde, zich met hem verenigde en zich met hem verbond. Toen was Christus tot aardekracht geworden. Bij die doop wordt Jezus van Nazareth: Jezus Christus, Jezus de Christusdrager. Je mag dit grote gebeuren ook anders benaderen: bij de doop in de Jordaan baarde Jezus van Nazareth de Christusgeest en werd deze vanuit het diepst van zijn wezen aan het licht gebracht. Wij, hier op aarde, maken onderscheid tussen wat van buiten en wat van binnen komt. In de geestelijke wereld bestaat een dergelijke tegenstelling niet, daar is binnen tegelijk buiten en buiten tegelijk binnen. Of je nu zegt: Jezus baarde toen de Christusgeest vanuit het diepst van zijn wezen, of: de Christusgeest daalde af om zich met Jezus van Nazareth te verbinden, is voor ůns een groot verschil. Vanuit de geestelijke wereld zijn het slechts de verschillende beschrijvingen van een en hetzelfde gebeuren, zijn beide beschrijvingen waar, en vullen zij elkaar aan.

 

Zoals je kunt zeggen dat Christus bij zijn nederdaling tot in de aardse sfeer een weg van het offer moest gaan, zo kun je ook zeggen, dat Jezus bij de geboorte van Christus in zichzelf, zijn ego moest offeren. Want alleen door het offer van zijn ego kon de Christusgeest in hem aan het licht komen en geboren worden.

 

Deze grote gebeurtenis, de doop in de Jordaan en dus de overschaduwing van Jezus van Nazareth door de Christusgeest, werd in de vroege kerk gevierd als het eigenlijke kerstfeest of Christusfeest. Kerstfeest betekent immers letterlijk Christusfeest. Het werd gevierd op 6 januari en werd het feest van Epifanie genoemd, het feest van de Verschijning (van Christus). In de Oost-Europese landen, met name in Rusland, wordt Epifanie nog steeds gevierd, en daar is dat feest nog steeds het eigenlijke

 

hoogtepunt van de kersttijd, die op 25 december begint. Pas in (veel) latere tijd verschoof met name in het Westen de aandacht van Epifanie naar de geboorte van het kind Jezus en werd langzamerhand de geboorte van dat kind gevierd als het Christus feest. Deze verschuiving laat zien, dat men oorspronkelijk nog dat geheim van de Christus, die zich bij de doop met de mens Jezus van Nazareth verbond, begreep, maar dat dit geheim later in het bewustzijn van de mensen vervaagde. Die vervaging van dit grote geheim hangt samen met het wegsterven van de mysteriŽn en de stelselmatige negatie van de mysteriekennis door de kerkvaders. Daardoor verdween het geestelijke draagvlak waardoor dit grote geheim van de doop kon worden aangevoeld als allesbeslissend, en als het eigenlijke geheim van Jezus Christus.

Jezus van Nazareth is ons voorgegaan: wij mogen allemaal de Christus in onszelf baren en voortbrengen. Dat is het, waar hij in zijn wijsheidsleer voortdurend op doelt, en wat hij in ons wil bewerken. Hij heeft immers de mysteriŽn, die geheime inwijdingsweg, universeel gemaakt en treedt sindsdien op als universele hiŽrofant. Beter dan ons blind te staren op wat er eens, tweeduizend jaar geleden, gebeurde is het in onze tijd belangrijk om vooral dit aspect in het oog te houden: dat is de hoge taak waartoe Jezus de Christus ook ons nu roept. Hij kwam om ons als hiŽrofant tot die inwijding te leiden, die ons zou verbinden met de Christusgeest: om die krachten in ons wakker te roepen, die ons in staat zouden stellen de Christus in ons te baren. Daarom is het belangrijk om met een zorgvuldige eerbied stil te staan bij wat zo diep verborgen in ons leeft, en zů met al de ervaringen van het leven om te gaan, dat die ons verder brengen op de weg van inwijding, waarop Jezus van Nazareth ons voorgaat.

Wanneer wij in onszelf het vrouwelijke en het mannelijke tot evenwicht en harmonie gemaakt hebben, dan kunnen wij het Christuskind in onszelf baren. White Eagle zegt: 'Het eerste principe, dat plaatsvervangend voor het Vader-aspect of de wil staat, moet met het Moeder-aspect of de intuÔtie in evenwicht gebracht worden. Wanneer er een volledig evenwicht en een volmaakte harmonie tussen die beide aspecten bestaat, dŠn kan het Christuskind als het volmaakte resultaat uit deze vereniging te¨voorschijn komen.'

Wat Jezus van Nazareth ons, in alle woorden die hij ons nagelaten heeft, in alle daden die hij gesteld heeft en die nu nog tot ons spreken, wil zeggen, is dat het eigenlijke doel van ons leven is om dit Christuskind te baren en om een zodanige overgave in onszelf te bewerkstelligen, dat God dat Christuskind in ons verwekken kan - zoals Hij/Zij dat eens deed in Jezus van Nazareth .

 

'Iedere ziel gaat (gedurende vele incarnaties) door vele beproevingen heen, ondergaat leed en inwijdingen en in het verloop daarvan valt die beide aspecten - wil en liefde - een volmaakte harmonie in de mens ten deel, en wordt hij aan Christus gelijk. Dat is de echte betekenis van de onbevlekte ontvangenis (of maagdelijke geboorte) die het resultaat is van het mystieke huwelijk tussen de ziel en de geest in de mens. '

 

 

 

HET EVANGELIE VAN DE HEILIGE TWAALVEN

 

 

 

Er is een profetie die zegt, dat niets verborgen zal blijven, wat niet geopenbaard zal worden in de tijd, waarin de kennis van het verborgene voor de mensheid noodzakelijk zal zijn. Voor de zoekende mens is deze tijd in deze eeuw zeer zeker aangebroken en het is dus niet zonder reden dat Het Evange­lie van de Heilige Twaalven tegen het einde van de voor­gaande eeuw werd geopenbaard.

Dit Evangelie, dat duidelijk van Esseense oorsprong is, werd door de leden van de Gemeenschap der Esseners naar een Boeddhistisch klooster in Tibet gebracht, waar het tot het einde der vorige eeuw bewaard is gebleven om het voor ver­minking te behoeden.

In afwijking van de vier bekende evangeliŽn wordt in dit Evangelie wel zeer sterk de nadruk gelegd op de verhouding waarin de mensheid ten opzichte van het dierenrijk dient te staan. Daarom predikt Jezus de Heer de liefde voor de die­ren en in de voeding onthouding van vlees. In de eerste eeu­wen van de Christelijke jaartelling was de vegetarische voe­ding onder de Christenen heel gebruikelijk en in geschriften uit die tijd zijn daarover vele uitspraken te vinden.

De aandachtige lezer zal zeker vaststellen, dat de innerlijke leer van Christus in dit evangelie naderbij gebracht wordt.

 

 

Uittreksel: HOOFDSTUK 90

 

WAT IS WAARHEID?

 

1 Wederom waren de Twaalven bijeenvergaderd in de kring der palmbomen en een van hen, Thomas, zeide tot de anderen : 'Wat is Waarheid ? Want de­zelfde dingen doen zich aan verschillende gemoede­ren verschillend voor, en zelfs ook verschillend aan hetzelfde gemoed op verschillende tijden. Wat is dan Waarheid?'

 

2 En terwijl zij spraken verscheen Jezus in hun midden en zeide: 'De ene en eeuwige Waarheid is alleen in God, want geen mens, noch een gemeen­schap van mensen, weet wat God alleen weet, die Alles in Allen is. Aan de mens wordt de Waarheid geopenbaard naar zijn vermogen om te verstaan en te ontvangen.

 

3 De Ene Waarheid heeft vele kanten, en de een ziet alleen de ene kant, en een ander een andere kant, en sommigen zien meer dan anderen, al naar het hun gegeven is.

 

4 Ziet dit kristal: hoe het ene licht zich in twaalf vlakken openbaart, ja in vier maal twaalf, en ieder vlak weerkaatst ťťn straal licht, en de een beschouwt ťťn vlak en een ander een ander vlak, maar het is toch het ťne kristal en het ťne licht dat in alle schijnt.

 

5 Ziet wederom, wanneer iemand een berg beklimt en tot een top gekomen is, zegt hij: Dit is de top van de berg, laten wij die beklimmen, en ziet, wanneer zij die top bereikt hebben, zien zij een andere die hoger is tot zij tot zulk een hoogte gekomen zijn, vanwaar geen hogere berg meer te zien is, wanneer zij deze al bereiken kunnen.

 

6 Zo is het met de Waarheid. Ik ben de Waarheid en de Weg en het Leven, en Ik heb u de Waarheid gegeven, die Ik van boven ontvangen heb. En dat wat gezien en ontvangen wordt door de een, wordt niet gezien en ontvangen door de ander. Wat som­migen waar schijnt, lijkt anderen niet waar. Zij die in het dal zijn, zien niet hetzelfde als zij die op de top van de berg zijn.

 

7 Maar voor ieder is het de Waarheid, zoals het afzonderlijke verstand het ziet, en zolang tot een hogere waarheid geopenbaard wordt; en aan de ziel die hoger licht ontvangt, zal meer licht gegeven worden. Daarom, veroordeelt anderen niet, opdat gij niet veroordeeld wordt.

 

8 Naargelang gij de Heilige Wet van Liefde houdt, die Ik u gegeven heb, zal de Waarheid u meer en meer geopenbaard worden en de Geest der Waar­heid, die van boven komt, zal u de gehele Waarheid binnenleiden, zij het ook door vele omzwervingen, zoals de vurige wolk de kinderen IsraŽls door de woestijn leidde.

 

9 Weest getrouw aan het Licht dat gij hebt, totdat u een hoger Licht gegeven wordt. Zoekt meer licht en gij zult overvloed hebben; rust niet, totdat gij gevonden zult hebben.

 

10 God geeft u alle Waarheid, als een ladder met vele sporten, tot verlossing en vervolmaking van de ziel, en de waarheid van heden zult gij loslaten voor de hogere waarheid van morgen. Streeft naar de Volmaking.

 

11 Wie de heilige Wet onderhouden, die Ik gegeven heb, zullen hun zielen redden, hoe verschillend zij ook de waarheden die Ik gegeven heb, mogen zien.

 

12 Velen zullen tot Mij zeggen: Heer, Heer, wij hebben voor uw Waarheid geijverd. Dan zal Ik tot hen zeggen: Neen, gij hebt geijverd, opdat anderen zouden zien zoals gij ziet, en geen andere waarheid. Geloof zonder liefde is dood. Liefde is de vervulling der wet.

 

13 Hoe zal geloof in wat zij ontvangen, hun ten goede komen, die het ontvangene vasthouden in on­gerechtigheid? Zij die liefde hebben, hebben alle dingen en zonder liefde heeft niets waarde. Laat een ieder in liefde behouden wat zij als waarheid zien, wetende dat, waar geen liefde is, waarheid een dode letter is en niets baat.

 

14 Daar blijven dus: Goedheid, Waarheid en Schoonheid, maar de grootste van deze is de Goed­heid. Indien iemand zijn naaste haat en zijn hart tegenover de schepselen Gods verhardt, hoe kan hij de Waarheid tot zijn heil zien, waar zijn ogen verblind zijn en zijn hart verhard is voor Gods schepping?

 

15 Zoals Ik de Waarheid ontvangen heb, zo heb Ik haar aan u gegeven. Laat een ieder haar ontvangen overeenkomstig zijn licht en vermogen tot begrijpen, en vervolgt hen niet, die haar volgens een andere verklaring ontvangen.

 

16 Want Waarheid is de Kracht Gods en zij zal uiteindelijk over alle dwaling zegevieren. Maar de Heilige Wet die Ik gegeven heb, is duidelijk voor allen, en rechtvaardig en goed. Dat allen haar in acht nemen tot redding hunner zielen.'

 

­

 

 

 

 

 

 

Een boek dat ik sterk aanbeveel in de huidige tijd, waarin mediums als paddenstoelen uit de grond schieten en steeds meer Tv-zenders daar ook aandacht aan besteden.

Hoe kunnen wij nog het kaf van het koren scheiden? Roelof Tichelaar schreef er een zeer boeiend en integer boek over:

 

 

'Boodschappen uit de hemel'

 

Het medium intrigeert ons. Mensen staan open voor contact met een andere wereld. Wat verwachten we daar te vinden? Wat gebeurt er precies als de deur naar de verborgen werkelijkheid opengaat?

Roelof Tichelaar - zelf mediamiek begaafd - schrijft over zijn contacten met de geestelijke wereld en legt uit wat er gebeurt. Hij laat zien hoe er goede krachten aan het werk zijn, maar ook welke gevaren er kleven aan het contact met die andere wereld.


Daarnaast zet hij het verschijnsel in een breder perspectief. Hij laat zien, dat mediamieke begaafdheid in het vroege christendom heel normaal was, maar in onze westerse christelijke cultuur taboe is verklaard. Een praktisch boek dat veel informatie geeft voor mensen die open staan voor dit verschijnsel.

 

Uitgegeven door Ten Have, Kampen
ISBN: 90 259 5665 3
128 bladzijden
Prijs: Ä 13,90

 

 

Uittreksel:

5. Het spiritisme vandaag

 

Vandaag de dag worden we regelmatig geconfronteerd met mediums en spiritisme. Mediums zijn bij velen razend populair en mensen zoeken om uiteenlopende redenen naar een teken van leven van 'gene zijde', de geestelijke wereld.

De belangstelling voor het paranormale is groot. Omdat de kerk niet aan de verwachtingen van een aantal zoekenden blijkt te kunnen voldoen, zoeken deze hun heil elders: op paranormaal­beurzen of bij spiritistische verenigingen. Zij bezoeken psychometrieavonden of raadplegen een helderziende of een medium. Dit is overigens niet alleen iets van onze tijd. Ook eeuwen gele­den bestonden er mediums en gingen mensen op zoek naar die verbinding met de geestelijke wereld.

In de bijbel zien we (in het boek SamuŽl) al dat Saul een medi­um in Endor bezoekt om contact te krijgen met de overleden profeet SamuŽl. Saul is het contact met de goede geestenwereld van God kwijtgeraakt en de hemel lijkt voor hem gesloten. De oorzaak hiervan is dat Saul ongehoorzaam is geweest tegenover God. Hij heeft de adviezen van de geesten van God in de wind geslagen en daarmee heeft hij zichzelf als het ware van God los­gesneden. En nu probeert hij het langs een andere weg: door via

medium op eigen houtje het contact met SamuŽl te zoeken. Maar hij komt bedrogen uit: SamuŽl laat merken dat hij door Saul gestoord is in zijn rust en leest hem via het medium de les. Bovendien voorspelt hij Sauls naderende dood die al snel werke­lijkheid wordt.

 

Mensen die een medium bezoeken, doen dit in een aantal geval­len om iets te vernemen van een dierbare die zij aan de dood hebben verloren. Het gemis is groot en dikwijls zitten deze men­sen nog met onverwerkt verdriet. Zij zoeken troost en bevesti­ging van een leven na de dood, zij willen antwoord op vragen waar ze mee worstelen of zij willen gewoon weten of het goed met hen gaat aan de overzijde. Maar boven alles willen mensen graag bevestigd zien dat de liefdesband tussen hen en de overle­dene de dood overstijgt. En dat is natuurlijk zo. De geestelijke band die wij met onze dierbaren hebben opgebouwd, eindigt niet met de aardse dood. Die band blijft bestaan en de nabe­staanden willen niets liever dan de bevestiging van die band ont­vangen. Overigens: velen worden juist door het verlies van een geliefde op het spoor van het geestelijke, spirituele leven gezet. Hun leven kan een plotselinge wending nemen en die hogere, spirituele dimensie kan juist door zo'n tragische gebeurtenis in hen tot leven komen.

Mediums gaan heel verschillend te werk. Zo zijn er mediums die heel doelgericht op zoek gaan naar het contact met een bepaal­de overledene. Sommige mediums roepen zo iemand ook daad­werkelijk op, anderen stellen zich gewoon open voor wie zich vanuit de geestelijke wereld aandient.

Ook op televisie wordt aandacht aan dit fenomeen besteed. Voor de cameraís komt dan via het medium het contact tot stand tussen nabestaanden en hun overleden dierbaren. Onduidelijk­heden worden zo uit de wereld geholpen, vragen worden beant­woord en de band tussen de overledene en zijn of haar dierbaren wordt bevestigd.

 

Op een avond werd ik na zo'n televisieprogramma gebeld door een goede vriend van mij. Hij vroeg mij hoe ik daarover dacht. Ik antwoordde hem dat ik geen duidelijk oordeel had over de gang van zaken, maar dat er wel iets was dat mij zorgen baarde: de geesten werden niet zichtbaar gecontroleerd, waardoor het niet uitgesloten was dat ook lagere geesten zich via het medium openbaarden. Zij kunnen zich heel goed voordoen als de overle­dene waarmee men contact zoekt. De controle vindt plaats door de geesten die doorkomen, te laten belijden dat zij door God gezonden zijn en dat zij Jezus Christus als hun heer en meester erkennen. Zo wordt het ons in de bijbel geleerd en zo pas ik het zelf ook toe in de praktijk.

 

We praatten nog wat door en beŽindigden even later ons gesprek. Kort daarna ben ik naar bed gegaan en viel vrijwel met­een in slaap. Midden in de nacht werd ik wakker, omdat ik naar het toilet moest. Toen gebeurde er iets merkwaardigs: ik zag op dat moment een heel groot bladzijdennummer voor me. Zelfs toen ik naar het toilet ging, verdween dat beeld niet en ik kon duidelijk zien welke bladzijde het betrof. Van binnen wist ik ůůk, welk boek hiermee bedoeld werd: 'Omgang met Gods gees­tenwereld' van Johannes Greber!

Ik heb het bladzijdennummer opgeschreven en de volgende och­tend ben ik meteen gaan kijken wat er op die bladzijde stond. Tot mijn grote verrassing stond daar eigenlijk exact hetzelfde wat ik de avond ervoor tegen die goede vriend had gezegd over de noodzaak van het controleren van de geesten om te voorkomen dat leugengeesten ons zouden misleiden. Deze ervaring bevestig­de duidelijk mijn beweringen van de avond daarvoor.

 

Ik ben ervan overtuigd dat het christendom de taak heeft op­nieuw de verbinding te zoeken met Gods geestenwereld. Maar dat kan en mag allťťn als dat op een zuivere en op God gerich­te manier gebeurt

 

http://www.roeloftichelaar.nl/ 

 

 

 

 

 

Het Aquarius evangelie van Jezus de Christus

 

 

 

HET AQUARIUS EVANGELIE, dat gedeeltelijk aanstuit bij de vier officiŽle is bijzonder belangwekkend; niet alleen omdat het esoterische begrippen hanteert die vrijwel gemeengoed in onze samenleving zijn geworden, maar bovendien minutieus die voorvallen uit het leven van Jezus beschrijft, waarover de EvangeliŽn van het Nieuwe Testament zwijgen. De bron van deze gegevens zijn de Akasha Kronieken, Het Oer Geheugen, over de betekenis en werking waarvan Eliphas Levi, H.P. Blavatsky en Rudolf Steiner uitvoerig hebben geschreven. HET AQUARIUS EVANGELIE behelst een verslag van woorden en werken van de man van Galilea, inclusief de achttien studiejaren gedurende welke hij door de OriŽnt trok. Het beschrijft zijn leven vanaf zijn geboorte in Betlehem tot zijn hemelvaart op de Olijfberg. Van het grootste belang zijn de tot in de finesses beschreven voorvallen, die hem gedurende deze tijd van reizen en trekken zijn overkomen in de heilige kloosters van Tibet, de mysterieuze pyramiden van Egypte en in de oeroude Inwijdingsscholen van India, PerziŽ en Griekenland. Waarom wordt dit boek het HET AQUARIUS EVANGELIE genoemd? Omdat het niet eerder kon worden verkondigd dan aan het begin van het Aquarius Tijdperk, de tijd waaraan Jezus refereerde, toen hij tot zijn discipelen sprak: ik heb u allen nog vele dingen te zeggen, maar ge zoudt ze nu nog niet kunnen begrijpen. Zo zij het, maar als de geest van de waarheid tot u komt, zal zij u allen tot zuiverheid leiden.



Tweeduizend jaar geleden bevond zich te Zoan in Egypte de school der profeten, waarvan de opperpriester Elihu, als volgt aan deze uitspraak refereert: als de wereld gereed is de waarheid te verstaan, zal er een boodschapper komen die het boek zal openen en van zijn gewijde bladzijden de boodschap van zuiverheid en liefde zal verkondigen. Dan zal elk mens op aarde de levende waarheid, welke hem tot het licht kan voeren, in zijn moedertaal kunnen lezen.

 

Uittreksel
HOOFDSTUK 142

 

Het pad van discipelschap, zijn moei­lijkheden. Het kruis en zijn bedoe­ling. Het gevaar van rijkdom. De jon­ge man die weelde meer lief had, dan hij Christus lief had. Gelijkenis van de rijke man en Lazarus.

JEZUS EN DE TWAALF GINGEN nu weder naar een andere stad en toen zij de stad binnenkwamen, zei­den zij: Vrede zij allen; welgezind­heid zij allen.

2. Een menigte mensen volgde hen en de meester zeide tot hen: Zie, gij zijt volgelingen om zelfzuchtig voor­deel.

3. Als gij mij uit liefde zou willen volgen en discipelen zou willen zijn van de heilige adem en tenslotte de kroon des levens zou gewinnen, dan moet ge alles wat van het aardse le­ven is, achterlaten.

4. Laat u niet bedriegen; sta stil, mensen, en bereken de kosten.

5. Wanneer een mens een toren of een huis wil bouwen, gaat hij eerst zitten en berekent de kosten, om er­van verzekerd te zijn dat hij genoeg goud heeft om het af te maken.

6. Want dit weet hij wel zeker, dat, als zijn onderneming een mislukking wordt, hij al zijn bezittingen verlie­zen kan en een mikpunt van spot kan worden.

7. En wanneer een koning het ko­ninkrijk van een andere koning wil innemen, roept hij eerst zijn ver­trouwde mannen bijeen en bekijken zij heel goed hoe sterk zij zijn; hij zal zijn wapens niet kruisen met iemand die weergaloos machtig is.

8. Bereken goed de kosten voordat gij mij gaat volgen; het betekent het opgeven van uw leven en van alles wat ge bezit.

9. Als gij vader, moeder, vrouw of kind meer lief hebt dan de Christus, kunt ge mij niet volgen.

10. Wanneer ge weelde of eer meer lief hebt dan de Christus, kunt ge mij

niet volgen.

11. De paden van het stoffelijke le­ven lopen niet langs de bergzijde naar de top; zij lopen rondom de berg des levens, en indien ge steil naar boven gaat naar de opperste poort van be­wustzijn, dan kruist ge de paden van het stoffelijke leven; betreedt deze niet.

12. En hieruit volgen de verschillen­de manieren waarop de mensen het kruis dragen; niemand kan het kruis van een ander dragen.

13. Neem uw kruis op en volg mij door Christus op het pad van waar­achtig discipelschap ; dit is het pad dat ten leven voert.

14. De weg ten leven wordt wel de parel van de grootste waarde ge­noemd en hij die haar vindt, moet al­les wat hij heeft onder zijn voeten la­ten.

15. Luister, een mens vond eens in een bepaald veld de tekenen van een reusachtige goudmijn en hij ging heen en verkocht zijn huis en alles wat hij had en kocht het veld; en verheugde zich toen in de weelde.

16. Nu waren daar schriftgeleerden en rijke farizeeŽrs aanwezig, die van hun geld, hun effecten en landerijen hielden, en zij lachten luid spottend over hetgeen Jezus zeide.

17. Toen sprak Jezus hen aan en zei­de: Gij zijt de mensen die zichzelf in de ogen der mensen rechtvaardigen; God kent uw goddeloze harten;

18. En gij moet weten,O mensen, dat iedereen die door het stoffelijke verstand vereerd en verheerlijkt wordt, een gruwel is in de ogen van God.

19. En Jezus ging zijns weegs en ter­wijl hij wegging, kwam een jonge man aangerend en knielde aan zijn voeten neer en zeide: Goede meester, zeg mij wat ik moet doen opdat ik eeuwig leven moge hebben.

20. En Jezus zeide: Waarom noemt gij mij goed? Niemand is goed behal­ve God zelf.

21. En God heeft gezegd: Indien gij het leven wilt ingaan, houdt de gebo­den van de wet.

22. De jonge man vroeg: Op welke geboden doelde Hij?

23. En Jezus zeide: Gij zult niet do­den, gij zult niet stelen, gij zult geen overspel plegen; gij zult niet valselijk getuigen;

24. En gij zult uw God liefhebben met heel uw hart, en gij zult uw naas­te liefhebben als uzelf.

25. De man antwoordde: Deze din­gen heb ik van jongs af aan onder­houden; wat ontbreekt mij nog?

26. En Jezus zeide: Eťn ding ont­breekt u nog; uw hart is nog op aard­se dingen gericht; gij zijt niet vrij.

27. Ga heen en verkoop alles wat ge bezit, en geef uw geld aan de armen, en kom en volg mij en gij zult het eeuwige leven hebben. 28. De man was bedroefd over het­geen de meester zeide; want hij was rijk; hij verborg zijn gelaat in de han­den en ging vol verdriet zijns weegs.

29. En Jezus zag neer op de wenende man en zeide: Het is zo moeilijk voor mensen, die veel geld verzameld heb­ben, om door de deur het koninkrijk van de ziel binnen te gaan.

30. En zijn discipelen stonden ver­baasd over wat hij zeide.

31. Hij antwoordde hen en zeide: Ik zeg u, mensen, dat zij die op rijkdom­men hun vertrouwen stellen, niet op God kunnen vertrouwen en niet in het koninkrijk van de ziel kunnen ko­men.

32. Ja, het is voor een kameel ge­makkelijker door 'het oog van de naald' te gaan, dan voor een mens met opgepotte rijkdommen om de weg ten leven te vinden. En zijn dis­cipelen zeiden: Wie kan die weg vin­den? Wie kan dan gered worden?

33. En Jezus zeide: De rijke man geve zijn geld weg; de hoogstaande moge het stof kussen; en God zal red­den.

34. Toen sprak Jezus de volgende ge­lijkenis tot hen:

35. Een rijke man leefde in hoge staat; hij droeg de fijnste kleren, die de mensen konden maken; zijn tafels waren overladen met de kostelijkste producten van het land.

36. Een bedelaar, blind en lam, ge­naamd Lazarus, was gewend bij de ongebruikte poort van dit huis te zit­ten, opdat hij de resten van de tafel van de rijke man, met de honden mocht delen.

37. Het geschiedde dat Lazarus stierf en de engelen droegen hem in de schoot van onze vader Abraham.

38. De rijke man stierf ook en werd in een kostbare graftombe begraven; maar in de reinigende vuren opende hij teleurgesteld zijn ogen;

39. Hij keek en zag de bedelaar vre­dig rusten in de schoot van zijn va­der Abraham, en in de bitterheid van zijn ziel riep hij:

40. Mijn vader Abraham, zie in ge­nade op uw zoon neer; ik word in deze vlammen gekweld.

41. Ik smeek u, zendt Lazarus, dat hij mij slechts een slok water geve om mijn verdroogde tong af te koelen.

42. Maar Abraham antwoordde: Mijn zoon, in het stoffelijke leven had gij de beste dingen der aarde en Lazarus de slechtste, en gij wilde hem daar geen beker water geven, maar gij joeg hem van uw deur weg.

43. De wet moet vervuld worden en nu wordt Lazarus getroost, en gij be­taald wat gij schuldig zijt.

44. Bovendien, is er tussen uw zoon en ons, een grote, onoverbrugbare kloof, en al zou ik willen, ik zou La­zarus niet tot u kunnen zenden en gij kunt niet hier komen tot gij al uw schulden betaald zult hebben.

45. Wederom riep de man in angst: 0, vader Abraham, ik bid u, zendt Lazarus terug naar de aarde en naar het huis van mijn vader, dat hij aan mijn broeders, die nog leven, want ik heb er vijf, vertelt over de verschrik­kingen van deze plaats, uit vrees dat zij bij mij komen en niet bij u.

46. En vader Abraham zeide: Zij hebben de woorden van Mozes en de zieners, laten zij naar deze luisteren.

47. De man antwoordde: Zij zullen niet naar het geschreven woord luis­teren; maar als een mens uit het graf naar hen toe zou gaan, zouden zij misschien geloven.

48. Maar Abraham antwoordde: Als zij niet naar de woorden van Mozes en de zieners willen luisteren, zouden zij niet overtuigd worden, zelfs al zou iemand uit de dood in hun midden staan .

49. En Petrus zeide: Heer, wij heb­ben alles verlaten om u te volgen, en wat is onze beloning?

50. En Jezus zeide: Ja, waarlijk, ik zeg u, gij die alles hebt verlaten om mij te volgen, gij zult komen in een nieuwheid van leven, diep verborgen met Christus in God.

51. En gij zult met mij op de troon van macht zitten, en gij zult met mij de stammen van Israel oordelen.

52. En hij die zijn stoffelijke zelf overwint en mij volgt door Christus, zal honderdvoudig hebben van dat­gene wat de rijkdom van het leven op aarde is, en in de komende wereld, eeuwig leven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gastenboek van Spirituele Vrienden.

  

Top 100 NL